Reglement:
REGELS VOOR DE WEDSTRIJDEN:
1. Het wedstrijdseizoen loopt van 1 september tot en met 31 augustus.
2. Om deel te mogen nemen aan de wedstrijden moet je lid zijn van de RSV De Hoge Devel.
3. Je kunt niet zowel aan pony- als aan paardenwedstrijden deelnemen.
4. In geval van deelname met privépaard moeten de accommodatiekosten zijn betaald.
5. De combinatie mag niet tevens aan regionale of landelijke wedstrijden
deelnemen ( KHNS ). Gelegenheidscombinaties mogen uitsluitend startten met toestemming van de bedrijfsleiding.
6. De wedstrijdcommissie kan in overleg met de bedrijfsleider een combinatie uitsluiten van wedstrijden.
7. De wedstrijdcommissie kan in overleg met het bestuur/bedrijfsleider een wedstrijd bij onvoldoende deelnemers aflasten daarnaast kan dit ook bij onvoldoende beschikbare paarden.
8. De combinatie rijdt vanaf volgens de volgende regels los:
· F1 t/m F7: Beide ruiters 20 minuten
· F8 t/m F20: De eerste ruiter 30 minuten de tweede ruiter 20 minuten.
Inschrijven en starten:
10. Een ruiter mag zich inschrijven vanaf het moment dat de ruiter minimaal 1 maand bij de paarden in een les heeft gereden.
11. Je kunt je 5 weken van te voren inschrijven via de inschrijflijst welke zich ook op het prikbord bevindt. De sluitingsdatum is 2 weken later. Een week na de sluitingsdatum zal de startlijst worden opgehangen.
12. Bij inschrijven mag er op de inschrijflijst 1 paard genoteerd worden waar de wedstrijdruiter absoluut niet op wil starten. De FNRS commissie zal hier zoveel mogelijk rekening mee houden.
13. De ruiter dient zelf het juiste niveau te noteren op de inschrijflijst. Indien op de wedstrijddag blijkt dat er voor de verkeerde proef is ingeschreven, kan er niet officieel gestart worden. Buiten mededingen kan in dit geval wel.
14. De hoogte van het inschrijfgeld is bepaald op
€ 10,-
15. Het inschrijfgeld dient vooraf te worden betaald bij het wedstrijdsecretariaat. De wedstrijdcommissie heeft het recht je een startverbod op te leggen wanneer je in de bak verschijnt zonder het inschrijfgeld te hebben betaald. Na het startverbod blijf je verplicht het inschrijfgeld te betalen zonder dat doordoor het recht ontstaat alsnog te mogen starten.
16. Als de je inschrijflijst het toestaat, kun starten buiten mededingen. Als er buiten mededingen gestart wordt zijn er ook geen prijzen aan verbonden. Het startgeld voor buiten mededingen is bepaald op: € 7,-
17. De startvolgorde wordt door de wedstrijdcommissie bepaald. Uitzonderingen kunnen alleen in overleg met de wedstrijdcommissie.
18. Als je voor de 1e keer onderling start kan je instromen tussen categorie F1 t/m F6. Samen met je instructie bekijkt de ruiter waar hij of zij kan instromen en schrijft dit dan op de inschrijflijst met een paraaf van de instructie. Na de F6 kan je niet meer instromen en is je ruiterpaspoort leidend.
19. Op het moment dat een ruiter zich heeft ingeschreven voor een wedstrijd en de startlijst is opgehangen blijft het startgeld verschuldigd wanneer de ruiter niet kan starten op de wedstrijddag. Uitzonderingen zijn met de FNRS-paardencommissie te bespreken.
20. De ruiters op de reservelijst worden NIET automatisch op de volgende startlijst gezet. Indien er een ruiter uitvalt zal de wedstrijdcommissie bekijken welke ruiter deze plaats in kan vullen. Dit heeft te maken met het niveau van de uitvaller, het niveau van de invaller en het desbetreffende paard. Tevens is de volgorde van inschrijving, niet de volgorde van invallen.
FNRS ruiterpaspoort:
21. Het FNRS ruiterpaspoort is geldig indien het paspoort een actuele jaarzegel bevat
( bevindt zich bij de jaarlijkse contributie factuur van de FNRS ) en de FNRS commissie deze heeft gestempeld. Indien er geen geldige jaarzegel in het paspoort zit, kan er niet officieel gestart worden. Eventueel wel buiten mededingen.
22. Voor elke wedstrijd dient het paspoort te worden afgegeven bij het wedstrijdsecretariaat. Na de wedstrijd zal deze worden geretourneerd. Ook hier geldt de regel, wanneer dit niet gebeurd heeft de wedstrijdcommissie het recht je een startverbod op te leggen.
Winstpunt en promotieregeling:
23. Bij de FNRS proeven komt met in aanmerking voor een promotiepunt ( PP ) als men 210 punten of meer haalt.
Het aantal te behalen promotie punten (PP).
F3 t/m F8 : 2 PP
F9 t/m F 19 : 3pp
24. Aan de proeven F2, F4, F6, F8, F10, F12, F14, F16, F18 en F20 zijn FNRS diploma’s verbonden. Na het behalen van de 2e of 3e PP in één van deze categorieën ontvangt de ruiter een diploma.
25. Om een diploma te behalen horen bij sommige proeven ook nog een aantal theorie examens, de hoofdstukken voor de theorie die geleerd moeten worden:
|
Proef
|
Welke hoofdstukken
|
Wat leer je?
|
|
F2
|
Leerstof t/m hoofdstuk 7
|
“ Op weg naar F1 en F2”
|
|
F4
|
Leerstof t/m hoofdstuk 8
|
“ Op weg naar F3 en F4”
|
|
F6
|
Leerstof t/m hoofdstuk 10
|
“ Op weg naar F5 en F6”
|
|
F10
|
Leerstof t/m hoofdstuk 12
|
“ Op weg naar F9 en F10”
|
Als de ruiter voldoende vragen goed heeft beantwoord (Max. 3 fout) en voor de bijbehorende F proef in totaal voldoende punten heeft behaald (210 punten) slaagt hij voor zijn theorie examen en behaald de ruiter zijn diploma. Vervolgens kan de ruiter doorgaan in de volgende klasse.
26. Plaatsingsrozetten: oranje, rood, wit, blauw, groen, paars, bruin, roze.
27. Het wedstrijdseizoen kent 6 wedstrijden, waarvan de hoogste 4 voor de competitiebeker tellen. Bij een gedeelde 1e plaats van de competitie, wint degene met het hoogst aantal punten van een individuele wedstrijd.
Tenue ruiter en het harnachement:
28. Het tenue dient correct te zijn. Je draagt een cap, witte plastron ( voor heren mag een stropdas ) zwart/donkerblauw rij jasje, witte/beige of gele rijbroek, zwarte donkere laarzen en ( bij voorkeur ) witte handschoentjes. Dit geldt ook voor het losrijden.
29. Wanneer het tenue niet correct is, kan door jury en/of wedstrijdcommissie een startverbod opgelegd worden.
30. Bij extreem warm weer kan de jury beslissen dat de rij jas uitgelaten mag worden.
31. Tijdens de proef is een zweep van (max.130 cm lengte ) toegestaan.
32. Martingaals, strijklappen en gelpads blijven gehandhaafd tijdens de wedstrijden.
33. Het bovenhands gebruik van de zweep is niet toegestaan.
34. Harnachement moet na gebruik worden opgeruimd en schoongemaakt. Je mag rijden met je eigen witte dekje, het manegedekje moet dan ingeleverd worden bij het secretariaat onder vermelding van het paard waar je op start.
35. Degene die als eerst de wedstrijd moet rijden moet zorgen voor een wit dekje, de laatste ruiter zorgt dat het paard wordt uitgevlochten en na verzorgd.
36. In overleg met de wedstrijdcommissie wordt bepaald wanneer een paard van of naar stal gaat. Zonder toestemming van de wedstrijdcommissie mag er dus niet met paarden op het complex worden gestapt/gereden.
37. Tijdens het losrijden mogen alleen degenen die op dat moment moeten losrijden zich in de bak bevinden. Indien je een eigen lezer hebt moet je dit vooraf doorgeven aan de wedstrijdcommissie. Op het tijdstip dat de ruiter naar de ring gaat mag de eigen lezer meelopen.
38. De individuele proeven mogen worden voorgelezen, indien de lezer een verkeerde opdracht geeft waardoor een fout in het programma wordt gemaakt, is de ruiter zelf verantwoordelijk.